Marmelade werd vroeger van allerlei vruchten gemaakt, maar bevat nu bijna altijd citrusvruchten – hetzij als enige fruitsoort of in combinatie met een andere vrucht. Het grootste verschil tussen jam en marmelade maken is dat voor de laatste de schil eerst wordt gekookt, zonder suiker, om hem zacht te maken en de pectine eraan te onttrekken.
Keukengerei:
Scherp mes van roestvrij staal
Snijplank
Citruspers
Stukje kaasdoek of kruidenzakje
Keukentouw
Gesteriliseerde potten
Bordje of schotel
Grote pan van niet reagerend materiaal
Houten pollepel
Suikerthermometer
Theelepel
Schuimspaan
Bakplaat of houten plank
Hittebestendige scheplepel
Plastic spatel of pannenlikker
Schone theedoek en soda
Cellofaan of deksels
Elastieken of touw
Etiketten
Ingrediënten
Fruit
Water
Suiker

Snijd de vruchten doormidden en pers het sap eruit; bewaar de pitten en het vruchtvlees dat achterblijft. Leg ze op een stukje kaasdoek en knoop dat met een flink stuk touw tot een zakje.
Snijd de citrusschil in reepjes van de gewenste dikte en doe ze samen met het sap en de vereiste hoeveelheid water in een pan. Knoop het zakje met het touw vast aan een handgreep van de pan en laat het in de vloeistof hangen. Breng de vloeistof aan de kook, draai het vuur lager en laat alles een uur tot anderhalf uur zachtjes pruttelen tot de schil zacht is en de vloeistof licht is ingekookt.
Houd de potten warm in een oven van 120°C en zet het schoteltje of bordje in de koelkast. Haal de pan van het vuur en verwijder het zakje; druk er tegen de zijkant van de pan met de pollepel de vloeistof uit. Gooi het zakje weg.
Voeg de suiker toe en verhit alles zachtjes al roerend met de pollepel tot de suiker is opgelost. Draai het vuur hoger en kook alles 10-15 minuten flink door tot het stollingspunt is bereikt; roer af en toe. Een suikerthermometer moet 105°C aangeven.
Haal de pan van het vuur en schuim met een schuimspaan het oppervlak af. Laat de marmelade 10 minuten staan. Vul de schoongemaakte potten en sluit ze af met cellofaan of deksel.