Archief voorBasis

Chutney maken

Voor chutneys worden groenten en vruchten in stukjes gesneden en gekookt in azijn, suiker en specerijen tot de groenten zacht zijn en bijna alle vloeistof is verdampt. Om te controleren of de chutney klaar is, trekt u een lepel over de bodem van de pan: als er een duidelijke gleuf achterblijft die niet meteen volloopt met vloeistof, is hij klaar. Chut-neys kunnen meer of minder specerijen bevatten, zoeter of zuurder of meer of minder fruitig zijn.

Keukengerei:
Scherp mes van roestvrij staal
Snijplank
Stukje kaasdoek of kruidenzakje
Lang stuk keukentouw
Houten pollepel
Bakplaat of houten plank
Hittebestendige scheplepel of maatbeker
Plastic trechter
Schone theedoek en soda
Gesteriliseerde potten, verwarmd
Azijnbestendige deksels
Etiketten
Ingrediënten:
Groenten
Fruit (vers of gedroogd)
Azijn
Specerijen
Suiker

Chutney maken

Bewerk de groenten en vruchten voor en snijd ze in stukjes. Breng ze met azijn en specerijen aan de kook, laat alles dan onafgedekt een halfuur tot anderhalf uur sudderen tot de groenten zacht maar niet stukgekookt zijn. Roer af en toe over de bodem. Als u een kruidenzakje gebruikt, doe de specerijen er dan in, bevestig het zakje aan een handgreep en laat het in de azijn hangen. U kunt de specerijen ook op een stuk kaasdoek leggen en dat tot een buideltje knopen met keukentouw. Bevestig ook dat aan een handgreep.

Los de suiker al roerend boven laag vuur op in het mengsel. Breng het weer aan de kook en laat het koken tot het is ingedikt. Roer geregeld om aankoeken te voorkomen. Trek het kruidenzakje omhoog, druk het vocht eruit met een pollepel tegen de zijkant van de pan en haal het weg. De chutney is klaar wanneer er een gleuf achterblijft die zich niet meteen vult met vloeistof als u een lepel over de bodem trekt. De chutney wordt met het staan nog dikker.

Maak de potten schoon en vul ze. Sluit ze af met een azijnbestendig deksel. Zet ze voor gebruik minstens zes weken op een koele, donkere, droge plaats.

Vis inleggen in zuur

Vette vis die wordt ingelegd in azijn of een ander zuur, zoals citroensap, is meestal bekend onder een aantal verschillende namen, die per land variëren. Elk land legt ook zijn eigen vis in. Bij ons zijn bijvoorbeeld zure haring of rolmops bekend, terwijl Engelsen soused mackerell, Zuid-Amerikanen serviche en Spanjaarden escabèche hebben. Voor deze laatste wordt de vis eerst gebakken in olie en dan ingelegd in azijn of citrussap.

Keukengerei:
Scherp mes van roestvrij staal
Snijplank
Grote ovenschaal van glas of aardewerk
Plastic of glazen maatbeker
Bakpapier
Ingrediënten:
In te leggen vis

Vis inleggen in zuur

Bereid de vis voor door hem af te spoelen en de vinnen en kop eraf te snijden. Leg de vissen in een rechthoekige ovenschaal van aardewerk of glas.

Schenk de vloeistof waarin u de vis inlegt, en die u volgens het recept hebt bereid, op de vis.

Dek de schaal af met een dubbele laag bakpapier en zet de schaal in een oven van 160°C tot de vis heel zacht is. Reken voor makreelfilet bijvoorbeeld op 1u15 tot 1u30.

Laat de vis afkoelen in de vloeistof en zet de schaal afgedekt twee tot drie dagen in de koelkast.

Tafelzuur maken

Tafelzuur is de verzamelnaam voor vruchten en groenten die zijn ingelegd in azijn, die soms met specerijen wordt gekruid of gezoet (zoetzuur). Groenten kunnen rauw of voorgekookt worden ingelegd. De meeste rauwe groenten worden vooraf gepekeld of gezouten om het vocht eraan te onttrekken, zodat de azijn er beter in kan trekken. Koken onttrekt het overtollige vocht aan fruit en groenten, waardoor zout niet meer nodig is.

Keukengerei:
Scherp mes van roestvrij staal
Snijplank
Verzwaard bord
Plastic of glazen kom
Grote pan van niet-reagerend materiaal
Stuk kaasdoek (naar keuze)
Lang stuk keukentouw
Houten pollepel
Keukenrol of vaatdoekjes
Gesteriliseerde potten
Bakplaat of houten plank
Hittebestendige scheplepel of maatbeker
Plastic trechter
Schone theedoek en soda
Schone, verwarmde potten met wijde hals
Bakpapier
Azijnbestendige deksels
Ingrediënten:
Vruchten of groenten
Zout (naar keuze)
Specerijen
Azijn
Kristalsuiker of bruine suiker (naar keuze)

Tafelzuur maken

Bewerk de vruchten en groenten voor zoals aangegevenin het recept. Voor rauwe groenten betekent dit: breng een laagje groente aan, strooi er zout over, breng groente aan, enzovoort, en laat ze afgedekt met een bord een nacht staan; of zet de groenten helemaal onder pekel, bedek ze met een verzwaard bord zodat ze er ook onder blijven en laat ze een nacht staan. Bereid gekookte vruchten en groenten volgens het recept. Giet ze goed af en laat ze opdrogen.

Volg het recept om de azijn waarin u inlegt te maken. Laat hem afkoelen. U kunt de specerijen erin laten zitten of verwijderen, afhankelijk van de gewenste smaaksterkte. Spoel rauwe groenten die in pekel hebben gelegen goed af onder koud stromend water. Droog ze af met en schone theedoek en laat ze op een andere, droge, schone theedoek aan de licht drogen. Giet de in pekel ondergedompelde groenten af en spoel ze af onder koud stromend water. Droog ze goed af met een droge, schone theedoek.

Zet de gesteriliseerde potten op een bakplaat of houten plank. Vul de potten tot 2,5 cm van de rand met de groenten. Druk de groenten goed aan om zo min mogelijk luchtbellen in de pot te hebben, maar ook weer niet zo goed dat er geen azijn tussen kan stromen.

Afhankelijk van de receptuur en van de vraag of u een zacht of knapperig tafelzuur wilt, voegt u de inlegazijn koud of gekookt toe. Schenk of schep de azijn tot 1,5 cm van de rand in de potten. Schud de potten heen en weer om eventuele luchtbellen te verwijderen. Als de ingelegde groenten de neiging hebben om naar boven te komen drijven, stop dan een prop bakpapier boven in de pot. Haal hem er na een paar weken uit. Sluit de potten af met azijnbestendige deksels en zet ze voor gebruik zo’n twee tot drie maanden op een koele, droge, donkere plek. Alleen voor rodekool geldt een andere tijdsduur.

Azijn en olie met een smaakje

Azijn, olie en alcoholische dranken kunnen heel goed op smaak worden gebracht: ze gaan de groei van micro-organismen tegen en nemen snel de smaak van allerlei kruiden, specerijen enzovoort op.

Het is heel gemakkelijk om azijn, olie en alcohol een smaakje te geven: meestal is het een kwestie van de smaakmakers in een fles doen en de vloeistof erop schenken. Bij de bereiding van alle drie komt een aantal aandachtspunten steeds terug.

  • Werk altijd met brandschone gesteriliseerde spullen.
  • Neem verse kruiden die u hebt gewassen, gedroogd en zachtjes hebt gekneusd om de aanwezige oliën vrij te maken.
  • Sluit flessen en potten altijd goed af.
  • Zet ze tot slot voor gebruik minstens twee tot vier weken op een koele, droge, donkere plek.
  • Schud de flessen in deze periode een paar keer en proef af en toe of de smaak er al genoeg is ingetrokken. Als dat zo is, zeeft u de smaakmakers eruit. Laat sterkedrank enkele maanden op smaak komen.

Azijn met een smaakje

Hiervoor wordt meestal wittewijn-azijn gebruikt. Gewone azijn is bijna oneindig houdbaar, maar het is beter om op smaak gebrachte azijn binnen een jaar te gebruiken. Een scheutje hiervan kan de smaak van soepen of stoofschotels net even ophalen. U kunt met dit soort azijn  een sladressing of mayonaise iets eigens geven of er samen met andere ingrediënten een marinade van maken.

Olie met een smaakje

Deze wordt beïnvloed door de kwaliteit en smaak van de olie die als basis wordt gebruikt. Gebruik daarom een mild smakende olie van goede kwaliteit, zoals raapzaad-, arachide-, zonnebloem-, saffloer- of milde olijfolie, die de andere ingrediënten niet overheerst. Dat is wel het geval bij extra vierge olijfolie en notenoliën. Gebruik hier ook geen plantaardige of maiskiemolie voor, want die smaken wat zwaarder en ruwer. Gebruik kleine flessen en bewaar die op een donkere, koele plaats, want olie wordt snel ranzig nadat de fles is aangebroken. Op de juiste manier bewaard moeten ongeopende flessen drie tot zes maanden goed blijven. Gebruik olie met een smaakje voor sladressings, mayonaise en andere sausjes op oliebasis, bestrijk er etenswaren mee die u grilt, roostert of barbecuet of (roer)bak erin. Druppel hem ook eens op lekker brood met een korst en eet dat zo.

Wecken

Wecken is een conserveringsmethode waarbij warmte wordt gebruikt. Hierdoor worden gistsporen, schimmels en micro-organismen gedood en worden de flessen vacuüm afgesloten. Alleen zuurrijke vruchten (inclusief tomaten) kunnen op deze manier worden ingemaakt. Groenten, vlees en vis kunt u alleen op deze manier inmaken in een hogedrukpan, anders is de temperatuur niet hoog genoeg om ze te steriliseren. Vruchten kunt u het eenvoudigst wecken in weckflessen; u stopt ze erin, voegt suikersiroop toe en verwarmt ze in water.

Fruit wecken

Keukengerei:
Mes van roestvrij staal
Snijplank
Pan
Hittebestendige maatbeker
Gesteriliseerde weckflessen
Weckketel, stoompan of grote, diepe pan met deksel
Tang
Houten plank
Etiketten
Ingrediënten:
Rijp, gaaf fruit
Poeder- of kristalsuiker
Vloeistof: water of siroop en wijn of likeur
Smaakstoffen, zoals hele specerijen, schil van citrusvruchten of likeur

Wecken

Bewerk het fruit zoals aangegeven in het recept en kook het eventueel voor. Dompel bleke vruchten zoals peren en appels in (met een beetje azijn of citroensap) aangezuurd water als u ze niet meteen verwerkt. Spoel ze af voordat u ze in de weckfles stopt. Prik kruisbessen her en der in om te voorkomen dat de schil verschrompelt. Week rabarber en aardbeien 12 uur in suikersiroop.

Stop de gesteriliseerde weckflessen tot 2,5 cm van de rand zo vol mogelijk met de voorgekookte of rauwe vruchten zonder ze te pletten. U kunt vruchten als kruisbessen en stukjes rabarber beter wat dichter opeen pakken, maar kook ze wel voor. De flessen kunnen zo compact met plakjes zijn gevuld dat er voor of na het wecken geen vloeistof aan wordt toegevoegd; zo stijgen ze niet op in de flessen.

Maak suikersiroop door de suiker samen met eventuele andere smaakstoffen zachtjes op laag vuur te laten oplossen in water. Draai dan het vuur hoger en bereken 120 g plus 1 eetlepel kristalsuiker op elke 6 dl water voor een lichte siroop. Vul de met vruchten gevulde weckflessen tot 1,5 cm van de rand met de hete vloeistof en verzegel ze in warm water.

Puree wecken

Volg de basisstappen, maar vul hete, gesteriliseerde weckflessen tot 1,5 cm van de rand met kokende, dikke puree of moes. Sluit de potten af volgens de aanwijzingen van de fabrikant en verzegel ze in warm water. Laat ze op de normale manier afkoelen.

Sauzen en siroop wecken

Verwarm gesteriliseerde flessen in een oven van 120°C. Maak de saus of siroop volgens de aanwijzingen in het recept.

Schenk de hete saus of siroop via een trechter in de flessen. Vul die tot 2,5 cm van de rand en sluit ze volgens de aanwijzingen van de fabrikant voor u ze verzegelt in warm water.

Inmaken in sterkedrank

Het is mogelijk uitsluitend drank te gebruiken (als het alcoholpercentage boven de 40 lligt), want niets kan er in groeien. U kunt de drank ook combineren met suikersiroop om de kosten te beperken.

Vul gesteriliseerde weckflessen met afwisselend laagjes fruit en suiker.

Schenk ze vol met de drank; beweeg de flessen heen en weer om eventuele luchtbellen eruit te laten.

Verzegel de flessen en zet ze voor gebruik minimaal twee maanden, liefst langer, op een koele, donkere, droge plek. Schud de fles de eerste maand om de paar dagen om de suiker beter te helpen oplossen.

Inmaken in olie

Olie is technisch gesproken geen conserveermiddel, maar beschermt ingrediënten die erin gedompeld zijn tegen contact met de lucht. Voedsel dat in olie wordt ingelegd, moet eerst worden voorgekookt, gemarineerd in azijn, gedroogd of gezouten.

Conserven met olie zijn minder lang houdbaar dan bijvoorbeeld tafelzuur of in warm water behandelde voedingsmiddelen en moeten in de koelkast bewaard worden.

Fruit konfijten, versuikeren en glaceren

Handmatig gekonfijte, versuikerde en geglaceerde vruchten zijn duur en het aanbod is beperkt. U kunt thuis zonder al te veel moeite een groter assortiment maken. Hoewel het proces veel tijd kost, is het resultaat zeker de moeite waard. Als u beschikt over een draadmandje dat in een pan past, kunt u het fruit er veel gemakkelijker uithalen. U moet van tevoren precies weten hoeveel het fruit weegt om de juiste hoeveelheid suiker te bepalen.

Fruit konfijten

Keukengerei:
Naald, kersenontpitter of scherpe keukenschaar
Keukenweegschaal
Pan
Plastic of glazen kom
Schuimspaan
Maatbeker
Houten lepel
Tang
Rooster
Aluminiumfolie
Bakpapier
Ingrediënten:
Stevig, rijp, gaaf fruit
Water
625 g poedersuiker op elke 450 g geprepareerd fruit

Fruit konfijten

Prepareer de vruchten: prik abrikozen, pruimen en kumquats overal in; haal de pit uit kersen; pel citrusvruchten (behalve kumquats), verdeel ze in partjes en verwijder al het wit en vel; schil peren, appels en perziken en snijd ze eerst door en dan in dikke plakken; verwijder de zwarte ogen en harde kern van ananassen en snijd ze in ringen of stukjes.

Doe het fruit in een pan. Voeg zoveel kokend water toe dat het onderstaat en kook het fruit afgedekt op laag vuur zacht. Bij zacht fruit duurt dat 2-3 minuten, bij stevig fruit 10-15 minuten.

Schep met het schuimspaan het fruit uit de pan in een kom; de hete vloeistof blijft achter in de pan.

Meet 3 dl van de vloeistof af voor elke 450 g fruit en schenk het in een pan. Voeg 175 g suiker toe en verhit de siroop zachtjes en al roerend tot de suiker is opgelost. Draai het vuur hoger en breng de siroop aan de kook.

Schenk de hete siroop op de vruchten en zet de kom afgedekt één dag koud weg. Haal de volgende dag het fruit uit de kom. Schenk de siroop in een pan, voeg 50 g suiker toe en los die boven een laag vuur al roerend op. Draai het vuur hoger, breng de siroop aan de kook, haal de pan van het vuur en voeg het fruit toe. Zet de pan afgedekt weer en dag koud weg. Doe dit vijf dagen lang zodat de siroop steeds geconcentreerder wordt.

Schep na de vijfde dag het fruit van de pan in een plastic of glazen kom. Los boven laag vuur 6 eetlepels suiker op in de siroop. Schep het fruit nogmaals terug in de pan en laat alles 3-4 minuten zachtjes sudderen. Schenk fruit en siroop in de kom en zet die afgedekt twee dagen koud weg. Voer deze laatste stap nog één keer uit, maar laat het fruit nu vier tot veertien dagen staan.

Haal de vruchten met een tang uit de siroop en leg ze voorzichtig op een in een bakplaat gezet rooster te drogen. Maak een soort bolle overkapping van aluminiumfolie tegen stof die de vruchten niet raakt. Laat het fruit twee tot drie dagen op een warme plaats staan en keer alle vruchten twee tot drie keer tot ze allemaal volledig droog zijn.

Bedekt een bak met bakpapier, leg er een laag fruit op, dek die af met bakpapier. Ga zo door tot het fruit op is.

Fruit versuikeren

Keukengerei:
Kommetje
Pan
Vleespen of tang
Bakblik
Aluminiumfolie
Bakpapier
Ingrediënten:
Gekonfijt fruit
Circa 225 g poedersuiker voor elke 450 g gekonfijt fruit
Kokend water

Fruit versuikeren

Vul een kommetje met poedersuiker en breng een pan water aan de kook. Dompel elke gekonfijte vrucht afzonderlijk in het kokende water met een tang of vleespen.

Laat de vrucht uitlekken en doop hem dan in de suiker. Leg de vrucht op een met aluminiumfolie beklede bakplaat te drogen.

Leg het fruit in lagen met bakpapier ertussen in de bakken.

Fruit glaceren

Keukengerei:
3 pannen, 1 grote en 2 kleine
Verwarmde kop of kom
Vleespen of tang
Doosjes of bakken
Bakpapier
Ingrediënten:
Gekonfijt fruit
Water
450 g poedersuiker voor elke 450 g gekonfijt fruit

Fruit glaceren

Verwarm in een kleine pan 1,5 dl water en los daarin de suiker al roerend op. Kook de siroop 1 minuut en schenk er dan wat van in de warme kom of kop.

Leg een deksel op de pan met siroop. Zet de pan in de grote pan met sudderend water om hem warm te houden.

Breng een andere pan water aan de kook. Doop met behulp van de vleespen of tang de vruchten 20 seconden in het kokende water en dan in de kom met siroop. Leg de vruchten op een rooster boven een bakplaat. Gooi de siroop als hij troebel wordt weg en vul de kom met verse siroop.

Maak een bolle overkapping van aluminiumfolie. Laat het fruit twee tot drie dagen op een warme plaats staan en keer het een paar keer.

Leg het fruit in lagen met bakpapier ertussen in de bakken.

Vruchtenboter en -kaas maken

Vruchtenboter wordt net zo gemaakt als vruchtenkaas, namelijk door vruchtenpuree met suiker te koken tot hij dik is. Vruchtenboters hebben een zachte, boterachtige consistentie. Vruchtenkazen worden langer gekookt, tot ze zo hard zijn dat ze afgekoeld in plakjes kunnen worden gesneden. Vandaar hun naam. Ze zijn ook langer houdbaar dan vruchtenboter. Het is alleen de moeite waard om vruchtenboter en -kaas te maken als u overvloedig veel fruit hebt, want ze vragen veel fruit voor relatief weinig kaas en boter.

Keukengerei:
Gesteriliseerde potten
Scherp mes van roestvrij staal
Snijplank
Pan van niet-reagerend materiaal
Pollepel
Plastic zeef
Bakplaat of houten plank
Hittebestendige maatbeker of scheplepel
Schone theedoek en soda
Cellofaan of deksels
Elastieken of touw
Etiketten
Ingrediënten:
Fruit
Water
Poedersuiker

Vruchtenboter en -kaas maken

Zet de potten in een oven van 120°C om ze warm te houden. U kunt rijp, te rijp en beurs fruit gebruiken, mits alle beurse plekken eruit gesneden zijn. Snijd het fruit in flinke stukken. Leg het fruit in de pan en zet het op met zoveel water dat het onderstaat. Breng alles aan de kook en laat het dan zachtjes pruttelen tot het fruit tot moes is gekookt.

Druk de vruchtenmoes door een zeef en vang het sap op in een maatbeker zodat u de benodigde hoeveelheid suiker kunt berekenen. Ga voor vruchtenboter uit van 200-225 g suiker op elke 5 dl moes; voor vruchtenkaas van 400 g suiker op elke 5 dl moes.

Schenk de moes terug in de pan, voeg de suiker toe en breng alles zachtjes al roerend aan de kook tot de suiker is opgelost. Laat het geheel pruttelen tot het de juiste consistentie heeft; roer geregeld om aankoeken te voorkomen. Vruchtenboter is klaar als hij de dikte van vla heeft; vruchtenkaas is klaar als een lepel die over de bodem wordt getrokken een duidelijke gleuf achterlaat.

Doe de vruchtenboter over in warme gesteriliseerde potten en sluit ze af met cellofaan.

Bestrijk de binnenkant van gesteriliseerde bakjes, vormen of potten met rechte zijde met plantaardige olie en schenk de vruchtenkaas erin; als de kaas is afgekoeld, kunt u hem uit de pot of vorm laten glijden. Sluit de pot af met cellofaan.

Vruchtenpasta’s maken

Vruchtenpasta’s of curds zijn geen echte conserven omdat ze zijn bereid met eieren en boter. U moet ze dan ook in de koelkast bewaren. Omdat ze hooguit drie weken goed blijven, kunt u er het beste kleine hoeveelheden tegelijk van maken.

Keukengerei:
Gesteriliseerde potten
Pan
Hittebestendige kom
Houten lepel
Zeef
Bakplaat of houten plank
Hittebestendige scheplepel
Plastic trechter of maatbeker
Schone theedoek en soda
Cellofaan of deksels
Elastieken of touw
Etiketten
Ingrediënten:
Water
Fruit
Ongezouten boter, in blokjes
Poedersuiker
Eieren

Vruchtenpasta’s maken

Zet de potten in een oven van 120°C om ze warm te houden. Breng in een pan water bijna aan het pruttelen. Doe de vruchten, boter en suiker in de hittebestendige kom, die u in een pan kunt klemmen zonder dat de bodem het water raakt. Verwarm de ingrediënten onder af en toe roeren met een pollepel tot de boter is gesmolten en de suiker is opgelost.

Klop de eieren en zeef ze om witte slierten te verwijderen. Schenk de eieren in de kom; roer af en toe om ze gelijkmatig met de andere ingrediënten te mengen. Blijf het mengsel nog 25-45 minuten verwarmen, waarbij u eerst vaak roert en later minder tot het mengsel aan de achterkant van de pollepel blijft hangen. Laat het mengsel niet koken, want dan gaat het schiften.

Vul de schone potten en sluit ze af met cellofaan. Zet ze in de koelkast.

Opmerking: De temperatuur die wordt bereikt om de pasta te maken is niet hoog genoeg om de eieren grondig te koken. Zwangere vrouwen, jonge kinderen, ouderen en mensen met een zwakke gezondheid moeten het eten van vruchtenpasta’s vermijden.

Marmelade maken

Marmelade werd vroeger van allerlei vruchten gemaakt, maar bevat nu bijna altijd citrusvruchten – hetzij als enige fruitsoort of in combinatie met een andere vrucht. Het grootste verschil tussen jam en marmelade maken is dat voor de laatste de schil eerst wordt gekookt, zonder suiker, om hem zacht te maken en de pectine eraan te onttrekken.

Keukengerei:
Scherp mes van roestvrij staal
Snijplank
Citruspers
Stukje kaasdoek of kruidenzakje
Keukentouw
Gesteriliseerde potten
Bordje of schotel
Grote pan van niet reagerend materiaal
Houten pollepel
Suikerthermometer
Theelepel
Schuimspaan
Bakplaat of houten plank
Hittebestendige scheplepel
Plastic spatel of pannenlikker
Schone theedoek en soda
Cellofaan of deksels
Elastieken of touw
Etiketten
Ingrediënten
Fruit
Water
Suiker

Marmelade maken

Snijd de vruchten doormidden en pers het sap eruit; bewaar de pitten en het vruchtvlees dat achterblijft. Leg ze op een stukje kaasdoek en knoop dat met een flink stuk touw tot een zakje.

Snijd de citrusschil in reepjes van de gewenste dikte en doe ze samen met het sap en de vereiste hoeveelheid water in een pan. Knoop het zakje met het touw vast aan een handgreep van de pan en laat het in de vloeistof hangen. Breng de vloeistof aan de kook, draai het vuur lager en laat alles een uur tot anderhalf uur zachtjes pruttelen tot de schil zacht is en de vloeistof licht is ingekookt.

Houd de potten warm in een oven van 120°C en zet het schoteltje of bordje in de koelkast. Haal de pan van het vuur en verwijder het zakje; druk er tegen de zijkant van de pan met de pollepel de vloeistof uit. Gooi het zakje weg.

Voeg de suiker toe en verhit alles zachtjes al roerend met de pollepel tot de suiker is opgelost. Draai het vuur hoger en kook alles 10-15 minuten flink door tot het stollingspunt is bereikt; roer af en toe. Een suikerthermometer moet 105°C aangeven.

Haal de pan van het vuur en schuim met een schuimspaan het oppervlak af. Laat de marmelade 10 minuten staan. Vul de schoongemaakte potten en sluit ze af met cellofaan of deksel.

Gelei maken

De basisprincipes van gelei maken komen sterk overeen met die van jam maken, maar er zijn een paar extra aandachtspunten en gelei maken kost meer tijd. Pectinerijke vruchten zijn het geschiktst, maar ook van pectine-arme vruchten kunt u gelei maken. U moet dan wel geleisuiker gebruiken of vruchten met een hoger pectinegehalte toevoegen.

Keukengerei:
Gesteriliseerde potten
Vuurvaste kom
Bordje of schotel
Scherp mes van roestvrij staal
Snijplank
Grote pan van niet-reagerend materiaal
Houten Pollepel
Geleizak, of driedubbel stuk kaasdoek
Omgekeerde kruk om de geleizak te ondersteunen
Grote plastic of glazen kom
Suikerthermometer
Theelepel
Schuimspaan
Bakplaat of houten plank
Hittebestendige scheplepel
Plastic spatel of pannenlikker
Schone theedoek en soda
Cellofaan of deksels
Elastieken of touw
Etiketten
Ingrediënten:
Suiker
Iets onrijp fruit
Water

Gelei maken

Zet de potten in een oven van 120°C om ze warm te houden. Doe de suiker in een kom en zet die ook in de oven. Zet het bordje of schoteltje in de koelkast. Het fruit moet goed schoon zijn. Snijd beurse plekken eruit. U hoef het fruit niet te schillen of van pitten en klokhuizen te ontdoen. Leg het fruit in de pan en zet het op met de benodigde hoeveelheid water. Kook alles zachtjes tot het fruit zacht is; roer af en toe met de pollepel om te voorkomen dat het fruit aankoekt.

Schenk kokend water in de geleizak om hem te steriliseren. Knoop de zak op een koele plaats aan een kleerhanger vast boven een kom. Schenk het hete vruchtenmengsel in de zak en laat het rustig 8-12 uur uitdruipen tot er geen druppel meer uit de zak komt.

Meet de vloeistof af en schenk hem in een schone pan. Voeg 450 g verwarmde suiker toe aan elke 5,75 dl vloeistof. Kook alles zachtjes, al roerend, tot de suiker is opgelost. Draai dan het vuur hoger en kook alles flink door tot een suikerthermometer 105 °C aangeeft. Of controleer de stolling met de hier beschreven methoden. Roer weinig om luchtbelvorming te voorkomen.

Haal de pan van het vuur en schuim met een schuimspaan het oppervlak af. Als de gelei deeltjes zoals kruiden bevat, laat hem dan 10 minuten staan voor u de potten vult; ze kunnen zich dan gelijkmatig over de gelei verdelen.

Vul de schoongemaakte potten en sluit ze af met cellofaan of een deksel.

« Vorige ingaves